Columns

Huisindustrie in de Tweede Wereldoorlog in Enter

Net als voor de Eerste Wereldoorlog leidde de klompenmakerij voor de Tweede Wereldoorlog in Enter een kwijnend bestaan. De omvangrijke Belgische importen van klompen drukten de prijzen en er was nauwelijks nog een bestaan in te vinden. Alleen de grootste machinale bedrijven rendeerden nog.

Toen na het uitbreken van de oorlog deze Belgische import wegviel, ontstond er al snel een grote schaarste aan klompen, vooral in de noordelijke provincies. Steeds meer kleine klompenmakerijen en eenmansbedrijfjes in Enter namen de boor weer ter hand.  En deze huisindustrie floreerde de hele oorlog in Enter.

Riesenbessems

Maar vanwege de door de Duitsers gevoerde U-boten-oorlog viel de import van allerlei grondstoffen stil. Onder andere waren er geen tropische cocosvezels meer beschikbaar waar bezems, allerlei borstels en matten van gemaakt werden en dus werd er gezocht naar vervangende materialen. Voor bezems werden berkentwijgen gebruikt van verschillende lengte die dan met ijzerdraad aan een stok gebonden werden: 'Riesenbessems' werden ze genoemd. Ook struikheide en dopheide naar gelang de gevraagde lengte werd er voor gebruikt.

De familie H.J. Braamhaar aan de Rijssenseweg 48, in het voormalige tolhuis, vroeg heidebezemmakers, kocht deze producten op en verkocht die dan door. Ook vroegen ze gravers van buntwortelen. Dit waren de wortels van het zogenoemde 'pijpenstrootje'. Braamhaar betaalde voor een kilo. Buntwortels schoongemaakt en winddroog kostten ƒ0,75. Ze werden gebruikt voor het maken van borstels.

'De Matte'

Op de Hogebrink 17 in Enter woonde de familie Langenhof, die daar een kruidenierswinkel had. Eerst werden de waren nog met een hondenkar uitgevent. De familie Langenhof besloot samen met de familie Visser, die ook op de Hogebrink woonde, het vlechten van vloermatten op te pakken, waarbij gebruik werd gemaakt van touwmateriaal. Dit gebeurde thuis bij de beide families. Het vlechten was handwerk. En doordat er tientallen mensen ingeschakeld werden bij het werk, werd de ruimte bij de families te klein. De productie werd verplaatst naar een schuur achter de kruidenierswinkel en autodienstbedrijf van A.J. Wassink aan de Dorpsstraat 43.

Het einde van de oorlog betekende niet het einde van de ambitie van de Firma Langenhof en Visser op het gebied van de vloermattenindustrie. Op 4 januari 1947 verscheen het volgende artikel  in het Twents Dagblad Tubantia en de Enschedese Courant.

“Naar wij vernemen zal de vloermattenindustrie van de firma Langenhof en Visser te Enter binnen enkele weken een aanvang maken met het 'weven' van vloerkarpetten en matten, ongeveer op dezelfde wijze als dat op textielfabrieken geschiedt, doch dan met handkracht. De weeftouwen hiervoor worden te Enter gefabriceerd en zijn van hout gemaakt. In genoemde fabriek wordt momenteel uitsluitend met touwmateriaal gewerkt, met welk product, dat ogenschijnlijk zo weinig geschikt is voor dit doel, uitstekende resultaten worden bereikt.”

Het vervolg is historie. Toen de import van cocosvezels weer op gang kwam stichtte de Firma Hulshorst in Enter de cocosmattenfabriek 'De Encos'.  Het betekende het einde van de Firma Langenhof en Visser maar de bijnaam 'De Matte' bleef.

Johan Altena