Algemeen

Terug naar begintijd van de jaartelling

Wierdense historie zichtbaar dankzij archeologisch onderzoek op Esrand

WIERDEN – Als een soort van uit de klauwen gewassen molshopen liggen er grote zandheuvels op een akker aan de Zuid Esweg en de Rijssensestraat, pal voor de entree van het dorp Wierden. Het is de kavel waar over een jaar de nieuwbouw van middelbare school De Passie gaat verrijzen. Voordat überhaupt de eerste steen wordt gelegd, buigt een team van ADC ArcheoProjecten zich over het gebied. Onder de bezielende leiding van archeologe Elma Schrijer wordt de voormalige maïsakker uitgekamd, op zoek naar de tastbare of zichtbare geschiedenis van nederzettingen uit lang vervlogen tijden.

Getooid met witte helm en gehuld in feloranje jas en stevige werkkleding stapt Schrijer over het terrein, op zoek naar vondsten in één van de veertien uitgegraven sleuven. Haar collega's zijn verderop in de weer met spateltjes om voorwerpen voorzichtig uit de grond te krijgen op plekken die met bordjes en nummers gemarkeerd zijn. Het enigszins grove werk is dan onder aanvoering van Schrijer al verricht door Harmen Boersma, de machinist van de shovel. “Ik werk voor loonbedrijf Breure, dus eigenlijk in de bouw. Maar sinds ik een archeologisch project in Swifterbant toegeschoven kreeg, werk ik vaker samen met Elma. Mijn werkgever weet inmiddels dat ik dit specialistische graafwerk erg leuk vind. Hij heeft dan ook speciaal hiervoor een nieuwe graafmachine aangeschaft, waarmee je tot op een centimeter nauwkeurig de grond laagje voor laagje kunt afgraven. Ik geniet hier van, het is zeker niet saai, iets wat veel collega's juist wel denken.”

Inheems Romeins
Schrijer beaamt dat en zeker op dit terrein is Wierden is genoeg uitdaging. “We zijn hier sinds 28 april bezig om de geschiedenis van dit gebied vast te leggen.” Bij het graven van 'proefsleuven' werd al gauw duidelijk dat er mogelijk wat in de grond te zien of te vinden was. “De schatting was toen Bronstijd, maar nu weten we dat het om de periode gaat van het jaar nul tot achthonderd, zeg maar de inheems Romeinse tijd – wat oneerbiedig gezegd – tot de vroege Middeleeuwen. Daar ligt ook mijn kennis, ik ben niet zo van de bakstenen.” 

Donkere vlekken
Schrijer leeft voor het vak, ondanks dat ze pas twee jaar écht als archeologe aan het werk is en daarvoor als docent tekenen voor de klas stond. “Bodemkunde en archeologie heeft me altijd geïntrigeerd. Het is een prachtig vak, relatief jong ook nog. Het bestaat zo'n honderd jaar en is erg vernieuwend. Het is toch mooi als je laagje voor laagje de bodem onderzoekt. Ik ben dan met name van het 'grove' werk, dat gepruts met kwastjes en spateltjes is niks voor mij. Geef mij maar van die vlekken in zandgrond, dan ga ik dat onderzoeken. Daarna mogen specialisten aan de slag. Ik heb een fijn team om me heen, we weten wat we aan elkaar hebben en de sfeer is echt goed. Omdat iedereen overal uit het land komt, hebben we een huisje op Landal gehuurd, waar de door de weeks verblijven.”

De komende weken wordt er gezocht naar donkere verkleuringen in de mooie gele zandlaag. Om goed te kunnen werken heeft de graafmachine sleuven gemaakt, waarbij de jarenlang bewerkte akkerlaag is verwijderd. Daaronder is een gele zandlaag terug te vinden, met op veel plekken zichtbare verkleuringen. “Je ziet dat de boeren op dit terrein heel netjes hun akker hebben bewerkt, precies tot aan het gele zand en niet dieper. Daardoor is de bodem nog intact gebleven en zie je bijvoorbeeld ook goede verschillen tussen dekzand en stuifzand, maar ook de sporen uit het verleden”, verduidelijkt Schrijer.

Gebinten en muurpalen
“We onderzoeken de bodem tot op ongeveer een meter diepte. Daaronder is niks meer te vinden. Wat je voornamelijk ziet zijn van die donkere vlekken: die zijn voor ons interessant. Dit zijn verkleuringen die zijn ontstaan door hout van gebinten en muurpalen. In die tijd werden houten palen nog aangebrand om rotting te voorkomen. Dat houtskool zie je goed terug en vaak kun je daardoor de plaatsing van de palen herleiden en zien dat er schuren hebben gestaan. Wel komt het voor dat bijvoorbeeld mollen en andere grondbeestjes de sporen soms hebben verstoord.”

Waterputten
Maar behalve die plekken van palen is er veel meer in de grond terug te vinden, zoals waterputten en gedempte sloten. “Die kun je ook herkennen aan de donkere zandkleur.” In één van de sleuven is Schrijer met haar team bezig om een waterput weer aan de oppervlakte te brengen. “We ontdekte deze waterput aan de hand van zo'n verkleuring in de bovenste zandlaag. Als je zoiets vindt, dan wordt het interessant en ga je voorzichtiger te werk.”

“We hebben nu al een paar centimeter weggehaald en je ziet dat het een houten boomstam is geweest, die is uitgehold als waterput. Hoe dieper je komt, hoe beter de staat van het hout. Dat komt door het vocht in de grond, dan krijgt zuurstof geen kans om het hout aan te tasten. Waterputten zijn voor ons van grote betekenis. Heel vaak vind je op de bodem namelijk materialen, die toentertijd in de put zijn gevallen en door het water intact zijn gebleven. Denk aan schepjes, potten, wagenwielen en dergelijke.” Nader onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat deze waterput overigens geen 'schatten' op de bodem had.

Lavastenen
Toch zijn er op het terrein al veel materialen veilig gesteld, van stukken aardewerk van bijvoorbeeld hard gebakken kogelpotten tot lavastenen tot maalstenen. “Die lavastenen uit de Eifel werden gebruikt om granen te malen. Het is een poreuze steensoort die daar heel erg geschikt voor was. Je had dan een hardstenen onderlegger en een bovenlegger van lavasteen.” Al die materialen worden veilig gesteld in een provinciaal depot, maar ook gekoppeld aan een database. “We registreren het gehele terrein, alles wordt ingetekend, zowel horizontaal als verticaal en zichtbare sporen krijgen nummers. We meten met duimstokken, maar ook met GPS alles in. Zo kunnen we naderhand duidelijke beelden maken hoe het terrein er ooit uit heeft gezien.”

Qua opgravingen is Schrijer meer dan tevreden, er is mogelijk nog veel meer te vinden. Daarom heeft de archeologe een verzoek ingediend om ook het andere deel van het terrein te gaan ontleden. “We willen daar ook weer veertien sleuven graven om op eenzelfde wijze te onderzoeken. Ik verwacht dat die aanvraag door de gemeente wordt goedgekeurd, aangezien er pas volgend jaar gebouwd gaat worden hebben we die tijdsdruk in ieder geval niet. Dan kunnen we de komende weken door met het zichtbaar maken van de geschiedenis van dit deel van Wierden.”