Algemeen

In memoriam: Johan Altena (1943-2021)

Johan Altena - hier vergezeld door zijn vrouw Nel - werd in 2018 benoemd tot erelid van de Stichting Enters Erfgoed.

Na een kort ziekbed is medio vorige week, op 78-jarige leeftijd, Enternaar Johan Altena overleden. Daarmee verliest Enter een markant persoon. Geboren en getogen in Enter wist hij veel over het dorp te vertellen, met name wat betreft de ontwikkelingen in de afgelopen honderd jaar. Daarover wist Johan in geuren en kleuren te schrijven, onder andere in een tweewekelijkse rubriek in deze krant. Sinds de start van de Wiezer in 2013 bracht hij de lezer op de hoogte van historische feiten, gelieerd aan het klompendorp.

Als bestuurslid was hij tientallen jaren betrokken bij de het Klompen- en zompenmuseum, de Oudheidkamer Enter – thans Enters Erfgoed – en zodoende ook van waarde wat betreft het behoud van de historie van het dorp. Johan werkte secuur en schreef zijn verhalen op basis van feiten, het moest en zou kloppen. Nog steeds was hij met regelmaat te vinden in diverse archieven in den lande, op zoek naar kleine details om zo de geschiedenis van het dorp Enter en haar omgeving gedegen vast te leggen voor het nageslacht. De liefde voor die historie had hij al van jongs af aan. Als schooljongen genoot hij al van de verhalen die hem ter ore kwamen tijdens de geschiedenislessen. 

Boeken
Die voorliefde voor het verleden heeft hij zijn hele leven lang gehouden. Zo werkte Johan met veel plezier aan meerdere boekwerken, waarin de historie van Enter uitgelicht wordt. In de boekenkast staan onder meer 'Enter 800', 'Enter 802' en 'Enter 808', geschiedkundige werken die hij samen met Gerrit Kraa uitbracht. Een van de meest vermaarde boeken van zijn hand is 'de Gordel van Smaragd', over Enternaren in het verre Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, dat zo'n vijf jaar terug van de drukpers rolde. Een verhalenboek waarin je als lezer meegenomen naar die tijd, die Johan ook zelf als veteraan bewust had meegemaakt.

Achtergrond
Johan was altijd accuraat wat zijn bijdragen voor deze krant betreft. Nooit te laat voor de deadline. Zoals hij was verliep het contact kort en zakelijk, meestal per mail. En met een beetje stoken en voeden kreeg ik er dan soms toch nog een grapje uit. Af en toe sprak sprak ik 'm tijdens bijeenkomsten of thuis in de woonkamer. Dan liet hij voorzichtig doorschemeren dat hij blij was met de ruimte in de Wiezer. Johan hield niet zo van al die aandacht op de voorgrond, bij voorkeur zat hij uren te neuzen in boeken, knipsels en op het internet.

Ook liet hij zo nu en dan weten dat hij graag een 'kolommetje extra' in de krant wilde, om zijn verhalen wat meer de ruimte te geven. Het was dan ook vreemd dat er twee weken terug geen bericht van hem in de mailbox landde en er op een herinnering ook geen respons volgde. Enkele dagen later ontving ik het bericht dat hij na een korte ziekenhuisopname was overleden.

De komende maanden duiken we in het opgebouwede archief van zijn bijdragen en geven we Johan postuum alsnog dat extra kolommetje in de Wiezer, dat heeft hij als wandelende dorps-encyclopedie zeker verdiend. 

Simon Dirks