Algemeen

Echtpaar Kamp leeft nog
steeds voor Tolmennekes

WIERDEN – Carnavalsvereniging de Tolmennekes viert dit jaar haar 44-jarig jubileum. In november 1974 zag de vereniging het levenslicht onder aanvoering van notaris Joep Duijnstee. Maar eveneens de enthousiaste inzet van Hermen Kamp – en later ook zijn vrouw Dinie – heeft er toe bijgedragen dat de Tolmennekes een bloeiende carnavalsvereniging is geworden. In het dagelijks leven was Hermen actief in de detailhandel, had onder andere verschillende huishoud- en witgoedzaken in Enschede. Die ondernemersdrang kwam 'm ook goed van pas bij de Tolmennekes. We zochten de 78-jarige Dinie en 86-jarige Hermen op, om het verleden in te duiken en memorabele momenten weer opnieuw te beleven.

Hoe is het idee voor een carnavalsvereniging ontstaan?

“We zaten vaak met een paar mannen in de kantine van sportvereniging Sport en Vriendschap”, herinnert Hermen zich nog goed. “Dan hadden we ook wel eens gesprekken over wat er nou allemaal in Wierden te doen was. Dat was toen niet veel, we vonden het eigenlijk best een saai dorp. Zo is het idee geboren om een carnavalsvereniging op te richten. Joep Duijnstee, toenmalig notaris in Wierden, heeft daarin veel betekend.”

 

– Een nieuw, katholiek feest in een overwegend niet-katholiek dorp?

“Er was blijkbaar behoefte aan een mooi, gezamenlijk feest in Wierden, want eigenlijk was carnaval bij de Tolmennekes in residentie De Zwaan vanaf het eerste jaar een succes. Ik ben ook niet katholiek opgevoed en mocht van huis uit niet al te veel; ik ging in mijn jeugdige jaren stiekem naar Almelo om te dansen. M'n vader was commandant bij de politie, hier in Wierden. Dan moest je je als zoon toch wel een beetje gedragen. Trouwens, de eerste prins, Prins Gerhard I in 1975 (Gerard Hoften) was van de protestantse kerk. Het kan dus zeker wel! We hebben later ook nauwe banden met andere verenigingen opgebouwd, waaronder die van Borne. En dat komt weer doordat Bert Annink – Prins in 1986 – in Borne geboren en getogen is. Dan zijn de lijntjes snel gelegd.”

 

– Wat is dan de succesformule van de Tolmennekes?

“Ik denk de betrokkenheid, het is een enorm hechte groep”, benadrukt Dinie. “Ik ben sinds het begin van de jaren tachtig bij de vereniging betrokken, bij de Tolwiefkes. Vooral in de beginjaren maakten we elk jaar de kostuums, dan kwamen de creatieve dames hier in de kelder om alle pakken te maken. Gezellig, maar ook wel weer spannend. We konden namelijk altijd pas met de kleding aan de slag na de elfde van de elfde, want niemand wist vooraf wie de nieuwe prins zou worden. Zodra dat bekend was, gingen we een thema bedenken, dat ook nog enigszins verband hield met de prins. Zo gingen de dames bij Prins Wilfried Schulte in politiepak, bij René Wessel in kippenpak en bij Ronald Winkel I (werkzaam in de klokkenfabriek) in een jurk als staande klok.”

Dinie vervolgt: “Na al die jaren weet je wat je aan elkaar hebt. In tijden van rouw en trouw sta je voor elkaar klaar. Door sterfgevallen vlak voor carnaval hebben we bijvoorbeeld ook twee keer alles af moeten lassen. En nog steeds is die band sterk. Als iemand van de vereniging ziek is, dan stuur je een bloemetje of een kaartje of je gaat er even langs. De sociale betrokkenheid is groot en dat straal je als vereniging ook uit.” Hermen vervolgt: “De feesten waren bovendien van begin af aan een succes. De zaterdag- en maandagavond trok veel publiek en ook de optocht op zaterdagmiddag groeide met het jaar – in het begin zelfs met grote wagens van de buurtverenigingen – en niet te vergeten de ouderenmiddag op maandag.”

 

– Hebben jullie zelf al die jaren carnaval actief meegevierd?

“Ik doe nu geen pruik meer op”, schatert Dinie. “Dat ziet er niet meer uit, een rare pruik en dan zo'n gerimpeld koppie er onder. Maar in het verleden hebben we dat zeker gedaan. Hermen was bijvoorbeeld een keer als Quasimodo van de klokkenluider van de Notre dame. Niemand herkende 'm, totdat 'ie een sigaret opstak haha! Maar ook die keer dat we een steelband hebben nagemaakt; prachtig. Maar carnaval moet je gewoon vieren, zelf, dan heb je het meeste plezier. Je begint ergens aan en het groeit met het jaar. Dat gaat vanzelf. Trouwens, onze dochter Bianca is ook door ons aangestoken met het Tolmennekes-virus. Ze vond het altijd al mooi om met dans en muziek bezig te zijn. Inmiddels is ze secretaris van de vereniging. Wij hebben een stapje terug gedaan, de feesten laten we aan ons voorbij gaan. Maar voor de tentoonstelling bij de Historische Kring over 44 jaar Tolmennekes hebben we wel weer veel geregeld.”