De Openbare school aan de Stationsstraat die in 1873 werd gebouwd.
De Openbare school aan de Stationsstraat die in 1873 werd gebouwd.

Historische Kring Wederden

Columns

Het onderwijs in de gemeente Wierden

Als we iets willen weten over het onderwijs in de gemeente Wierden moeten we bedenken dat er al eeuwen lang op diverse plaatsen onderwijs werd gegeven. In een plattelandsgemeente als Wierden, met slechte verbindingen moesten de (overwegend) boerenkinderen lopend naar school. Hoewel men toen niet op zag tegen enkele kilometers wandelen probeerde men toch de afstanden binnen de perken te houden.

Vooral voor de boerenkinderen gold dat er overwegend les gegeven werd in de wintermaanden, wanneer het werk op het land voorbij was. De lessen werden vaak gegeven in wat wij nu een woonhuis zouden noemen. Dus gewoon bij de ‘meester’ thuis. Pas later, toen er een vorm van leerplicht kwam en er klassen konden ontstaan van ongeveer vijftig leerlingen per leerkracht, werden er lokalen bijgebouwd of werden er aparte schoolgebouwen gebouwd.

Dit onderwijs werd vooral bekostigd door de overheid en was dus een vorm van openbaar onderwijs. De kosten voor de ouders bestonden vaak uit materiële zaken, als turf voor de verwarming van het lokaal en af en toe, wanneer het slachttijd was, een deel van een varken voor de meester. Maar de overheid lette toen ook al op de financiën en het kwam toen ook al voor dat er schooltjes werden samengevoegd. Er is een verhaal, dat er te weinig leerlingen waren op schooltjes in het Wierdense Veld en Ypelo en dat besloten werd om de lessen te concentreren in Ypelo.

Rond 1900 waren er scholen in dorp Wierden, Hoge Hexel, Ypelo, Enter en Notter-Zuna. Deze scholen stonden toen ook al onder toezicht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit toezicht werd uitgevoerd door schoolopzieners.

Een van deze schoolopzieners, de heer Wijnbeek, schreef omstreeks 1835 het volgende: Wierden; hier is wederom het schoollokaal te klein voor het aantal scholieren, 150 bedragende. Het is tevens vervallen. Hierbij komt nog , dat de meester niet berekend is voor het klassikale onderwijs en hij bij zijne scholieren den leerlust niet weet op te wekken, zoodat hier alles kwijnt.

Dit klinkt niet al te best, maar in het zelfde rapport staat ook:

Enter; tusschen Almelo en Rijssen, waar de beste boerenschool is, die ik immer heb aangetroffen. De hoofdonderwijzer, met name Leestemaker, is van een open voorkomen, bezit een helder oordeel, edel hart en onvermoeiden ijver. Hij volgt zijn eigen leertrant. Die leertrant is die der natuur. Het schrijven geschiedt bij het eene gedeelte der scholieren naar de oude, bij het andere naar de nieuwe leerwijze. Hij heeft twee leerlingen van gelijken ouderdom en aanleg,  die, een jaar geleden, nog geen schrijven hadden geleerd, toen hij begonnen is met den eenen naar de oude, met den anderen naar de nieuwe schrijfwijze. Het schijnt, dat de nieuwe de voorkeur zal verdienen.

De leestoon was allergepast; de getal-leer oordeelkundig aangelegd. Men rekende meest uit het hoofd, zoo met de oude als met de nieuwe maten en gewigten. Het overbrengen der oude in de nieuwe en omgekeerd ging met voorbeeldige vlugheid. Het zingen was liefelijk en het geheele onderwijs volmaakt  klassikaal.

Kortom, dit is een model voor alle dorpsscholen.

Het lokaal, hetwelk de benodigde ruimte heeft, is in twee zalen afgedeeld, in eene van welke een bekwaam onderwijzer werkzaam is in den geest des hoofdonderwijzers. Het getal leerlingen beloopt in den winter wel 300.