Jacques Vriens vertelde onder meer over zijn 'Sneeuwwitje-trauma', waarbij een van de leerlingen even mocht figureren.
Jacques Vriens vertelde onder meer over zijn 'Sneeuwwitje-trauma', waarbij een van de leerlingen even mocht figureren. Simon Dirks.

Jacques Vriens fascineert leerlingenGaljoen met humoristische verhalen

Algemeen

WIERDEN – Jacques Vriens is een duizendpoot wat entertainen betreft: hij is een fenomenaal kinderboekenschrijver, maar weet ook op het podium zijn mannetje te staan. Zo kreeg hij afgelopen vrijdag de leerlingen van Het Galjoen regelmatig aan het lachen. In het kader van de Nationale Voorleesdagen bracht Vriens vanuit het zuiden van Limburg een bezoek aan de Wierdense basisschool.

De hele ochtend puilde de aula uit. Als eerste mochten de kinderen uit de groepen vier, vijf en zes hun stoel uit het klaslokaal meenemen en een plekje in de zaal opzoeken. Vriens wist op prachtige wijze de aandacht van de kinderen bij zijn presentatie te houden, zelfs bijna een uur lang. De auteur heeft zijn sporen verdiend met prachtige verhalen. Zo is hij onder meer bekend van het ingrijpende ‘Achtste-groepers huilen niet’, ‘Oorlogsgeheimen’ en de boeken uit de serie van ‘Meester Jaap’.

De kinderboekenschrijver wist tot het laatste moment de aandacht van de kinderen te behouden, mede door mooie en grappige verhalen uit zijn jeugd. “Mijn vader en moeder hadden een hotel en daar was ook een toneelzaal. Daar speelde ik veel met kinderen uit de buurt. We voerden er toneelstukjes op; verzonnen onze eigen verhalen of beelden sprookjes uit. Dat ging niet altijd goed hoor, ik drukte mijn mening wel eens door, want het hotel was van mijn ouders dus mocht ík bepalen wat er gebeurde. Als we een heks nodig hadden, dan zei ik tegen een meisje dat zij die rol wel mocht, omdat... ze bestel wel op een heks leek. En een andere keer gingen we Sneeuwwitje opvoeren. Merel zou Sneeuwwitje spelen en ik... ik was verliefd op Merel en wilde dus de prins zijn. Ook dat liep anders, Tonnie van Es wilde de prins spelen. Dat is echt een jeugdtrauma van me.”

Tussen alle anekdotes door las Vriens ook voor uit eigen werk, maar kregen de kinderen in de zaal ook ruimte om vragen te stellen. Zo werd duidelijk dat de schrijver al zo’n negentig boeken op zijn naam heeft staan en dat hij ‘Achtste-groepers huilen niet’ toch wel zijn beste boek vindt. “Ik ben zelf leerkracht geweest en in de tijd dat ik meester was, heb ik echt meegemaakt dat een meisje van mijn groep ernstig ziek werd...”. Ook waren de kinderen nieuwsgierig hoe lang het schrijven van een boek nou eigenlijk duurt. “Een paar maanden wel”, sprak Vriens. “Ik verzamel eerst allemaal ideeën in kleine opschrijfboekjes, die liggen overal in huis. Daarna ga ik al die ideeën op een groot papier zetten en dan begin ik te schrijven. Ik denk dat ik dan na een maand of tien het boek af heb.”

Afbeelding